Libretti:
Voor liedrecitals en concertstukken vertaalde en schreef hij teksten. Hij bewerkte oratoria tot opera’s (o.a. Haendels’s Alexander’s feast, Jephta en Susanna) en klassieke opera’s tot eigentijds muziektheater (o.a. Purcells’s Dido en Rossini’s Il barbière di Sevilla. Deze laatste productie, voor Opera Cinema in Enschede, reisde van 2001 tot 2003 door het land).

In opdracht van Caroline Erkelens, sopraan en Anne Nijdam, harp, schreef hij voor hen het libretto van een kameropera van René Samson: Juliana’s die op 2007 in de Kleine Zaal van het Concertgebouw in première ging, met Caroline Erkelens en  Anne Nijdam, onder regie van Elsina Jansen.

Een korte opera voor koor, instrumentaal ensemble en dieselmotor:  Kromhout de werken, op locatie in een industrieel erfgoed, bij een expositie van beeldend kunstenaars. Componist: Sylvia Maessen. (september 2007). Dit werk werd hernomen op 31 augustus 2013 in het kader van het Havenfestival IJmuiden en in mei bij het jubileum van de werf Kromhout.

Voor de tenor Marco van der Klundert schreef hij in 2004 speelteksten voor een gedramatiseerd recital rond Heinrich Heine, Lieder wie ein Lavastrom, met liederen van Schubert en Schumann, waarin hij zelf als acteur optrad, onder regie van Martin Michiel Driessen. Dit programma werd in de jaren daarna hernomen op meerdere plaatsen in Nederland.

Een gedramatiseerd programma van zijn hand, Orpheus DaDa, rond liederen van Francis Poulenc op teksten van Guillaume Apollinaire, in samenwerking met pianist-componist Paul Prenen en bariton Sinan Vural, beleefde in januari 2008 de première en reisde ook in 2009 en 2010 door het land. In december 2013 werden Prenen en Vural weer uitgenodigd voor een herneming.

Van 2009 tot 2013 schreef hij voor producties in Zweden  drie operapastiches, gebaseerd op films van Ingmar Bergman en Hayden’s Die Schöpfung. Alle drie werden in Nederland hernomen.

Voor het koor Ars Vocalis , onder leiding van Rob Kaptein schreef hij het libretto voor een gedramatiseerd concert rond Benjamin Britten op 22 november 2013, Britten’s honderdste verjaardag.

Voor de productiegezelschappen Bel Canto en de Rotterdamse Opera bewerkte hij Bizet’s Carmen tot een opera die zich in een fabriek afspeelt. De voorstellingen vonden plaats in april 2014. Het aantal bijfiguren werd sterk verminderd en de figuur van Carmen meer in overeenstemming gebracht met het oorspronkelijke personage uit de novelle van Prosper Mérimee. Deze bewerking kan door Olaf Mulder aan lokale omstandigheden worden aangepast en is zeer geschikt voor gezelschappen met een groot koor, maar met een krappe beurs.

De kameropera Het Ware Geweld van René Samson. beleefde op 4 mei 2014 haar première in de Uilenburger Synagoge, in het kader van Theater Na De Dam, met daarna drie uitverkochte voorstellingen, waarvan een in het kader van de Leo Smit Stichting. (productie: de stichting De Wijze Nathan)
Het libretto van Olaf Mulder kwam tot stand na uitgebreid onderzoek over de gebeurtenissen die leidden tot de aanslag op Hitler, onder andere door vraaggesprekken met getuigen uit de periode van het Duits fascisme.
In deze opera wordt de gevaarlijke verleiding van populistische politiek aan de kaak gesteld.

het-ware-geweld-1
het-ware-geweld-2

Marijke Beversluis zorgde voor de regie en vervulde een spreekrol. De zangers waren Gerben Houba, tenor en Michel Poels, bariton. Het instrumentaal ensemble bestond uit Jacobien Rozemond, viool, Doris Hochscheid, cello, Frans van Ruth, piano en Niels Meliefste, slagwerk.
De gelijknamige grote opera, met twee koren, vijf solisten en een muzikaal ensemble van 17 musici is nog niet in productie.
Over het emotionele ontstaan van dit libretto hield hij een voordracht: Psychoanalyse en een opera op een congres voor Psychoanalyse en Cultuur. De tekst is beschikbaar voor belangstellenden.

Polen in Plan Zuid
Voor componist Caroline Ansink scheef Olaf een libretto, gebaseerd op het gelijknamige boek van Daniel Vermeulen. Vormgeving en regie waren ook van zijn hand. In april en mei 2015 beleefde deze productie 6 voorstellingen, in Amsterdam, Zwolle, Enschede en Den Haag, waarvan er 4 geheel uitverkocht waren.
Het verhaal van deze kameropera gaat over een jongen van zes jaar die in 1945 vanuit een beschermend milieu in Brabant wordt vervoerd naar Amsterdam, waar een onbekende mevrouw met een vreemd accent hem zegt dat zij zijn moeder is. Hij moet verder opgroeien met zijn nieuwe Joodse familieleden. Zijn worsteling met hen, zijn Joodse identiteit en zijn verlammende onzekerheden,  komen op tragikomische wijze aan de orde. Uiteindelijk overwint hij het verleden in zich zelf, met hulp van een levenslustig meisje.
De vele rollen werden vervuld door Hans de Vries, bariton;  Myra Kroese, alt en Julia Bronkhorst, sopraan.
Het ensemble: Caroline Ansink, fluit en muzikale leiding, Lotte Beekman, Cello; Michel Marang, klarinet; Peter van Os, accordeon; Zsolt Csuka, dirigent.
Uit de pers:
‘Deze productie met bescheiden pretenties heeft grote kwaliteiten…. De muziek is prachtig, ….licht en melodieus… het toneelbeeld is uiterst eenvoudig en effectief…’  aldus Max Arian in De Theaterkrant, die de voorstelling met vijf sterren beloonde.
Alle zijn libretti, dramaturgische verhandelingen, teksten voor liedrecitals en vertalingen zijn op aanvraag ter inzage beschikbaar.
Zie voor een interview met Julia Bronkhorst en videofragmenten van de opera: http://401dutchdivas.nl/

Dramaturgie:
Hij werkte als dramaturg samen met de volgende regisseurs: Claudia Christern (Busoni’s Turandot en Prokofiev’s Maddalena(ook vormgeving), Marcel Sijm: (Verdi’s Macbeth, Victor Uhlmann’s Der Kaiser von Atlantis, Poulenc’s La voix humaine), Pieter van Empelen (Bellini’s I Puritani), Machteld van Bronkhorst (Verdi’s Aroldo, Gounod’s Faust, Mozart’s Zauberflöte, Ravel’s l’Enfant et les sortilèges, Lully’s Phaëton, een opera die in 2009 op tournee ging, o.a. in het Kameroperafestival Zwolle (De Leeuwarder Courant schreef bij Olaf’s vertaling voor Phaëton: “De vertaling, geprojecteerd op de wand, las als dichtregels”). en Bizet’s Carmen, door hem bewerkt tot Carmen IJmuiden, Inna van den Hogen (Francesco Conti’s Don Chiciotte en de controversiële musical Beastly Bombing), Martin Michel Driessen: (Bellini’s Beatrice di Tenda en Verdi’s Giovanna d’ Arco), Xander Straat (Donizetti’s l’Elisir d’Amore), Mark Pantus (Verdi’s Giovanna d’Arco).
Olaf was bij meerdere producties van Holland Opera de ‘sparring partner’ voor regisseur Joke Hoolboom, zoals bij Dido and Aeneas en De Vier Musketiers.
In 2005 was hij dramaturg voor tekstdichter Pieter Swanborn bij de schepping van diens nieuwe opera Tegen de Lamp op muziek van Rita Knuistingh Neven, waarvan hij de voorstelling ook regisseerde en vorm gaf.
Voor deze en andere producties verzorgde hij ook inleidingen voor het publiek en poëtisch vertalingen voor tekstprojecties.
Hij vervulde een gastdocentschap dramaturgische vormgeving voor de Hogeschool voor de Kunsten in Leeuwarden, naar aanleiding van zijn vormgeving van Turandot.
Op 27 oktober 2016 regisseerde hij de drie-en-een-halve minuut opera Juliana’s hel van Paul Prenen, op een libretto dat Ton de Ridder samenstelde uit het rapport Beel over de Greet Hofmans affaire, ter gelegenheid van de boekpresentatie van Juliana, Vorstin in een mannenwereld van Jolande Withuis.